White Room Reviews

CD-, DVD- en concertreviews, nieuws, interviews en events

Northtale – Welcome To Paradise

Men kan nog zo succesvol zijn als muzikant, er blijven altijd nog uitdagingen. Dat geldt ook voor Bill Hudson. De gitarist, die zijn sporen onder andere bij U.D.O. Dirkschneider, Circle II Circle en Jon Oliva’s Pain heeft verdiend, heeft samen met een tal van andere ervaren muzikanten Northtale opgericht. Via Nuclear Blast komt die band met Welcome To Paradise.

Deze band is opgericht door Hudson en Christian Eriksson, niet de voetballer maar bekend van Twilight Force, om de power metal van weleer te eren. De heren zijn dan ook beïnvloed door Hammerfall, Stratovarius en Helloween. Dat is op Welcome To Paradise goed te horen. De muziek van Northtale sluit naadloos aan bij de power metal van de jaren ’90. ‘If Angels Are Real’ laat dat perfect horen. De song bevat een hoog tempo, melodieuze gitaarpartijen en vocalen die lekker in het gehoor liggen. ‘Siren’s Fall’ en ‘Playing With Fire’ zijn daar ook goede voorbeelden van.

Toch is het niet louter de power metal dat de klok slaat op Welcome To Paradise. ‘Even When’ is een ballade die eigenlijk alleen wordt gedragen door de vocalen. De minimale muziek in de achtergrond is slechts een subtiele begeleiding totdat het tijd is voor de extase van het nummer. Een grotesk koor en orkest nemen dan de touwtjes in handen. ‘Way Of The Light’ is een ballade zoals men in de rock kan verwachten. In tegenstelling tot ‘Even When’ zijn hier de geijkte instrumenten wel aanwezig. Deze adempauze is welkom, klinkt goed, maar het moet ook gesteld worden dat Northtale vooral indruk maakt met de klassieke power metal.

Wie van power metal houdt, houdt van Northtale. Die conclusie kan getrokken worden na het beluisteren van Welcome To Paradise. Ook al zijn de muzikanten niet direct jong van aard, is het wel goed om te zien dat ‘jonge’ bands de power metal op zo’n gedreven manier oppikken. De jaren ’90 herleven.

86 Shares

Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2019 White Room Reviews

Technische realisatie: Rick van Geel