Reviews

Aborted (BE)
1 dag 20 uur geleden
Slaegt (DK)
2 dagen 4 uur geleden
Silver P (IT)
2 dagen 21 uur geleden
Maurice van Hoek (NL)
2 dagen 21 uur geleden
Baroeg Open Air (NL)
3 dagen 48 min geleden
MaYaN (INT)
3 dagen 3 uur geleden
Therapy?
3 dagen 18 uur geleden
Joe Bonamassa (USA)
3 dagen 20 uur geleden
Krisiun (BR)
4 dagen 21 uur geleden
Deicide (USA)
5 dagen 21 uur geleden
Albert Marshall (IT)
1 week 2 dagen geleden
Chalice (BE)
1 week 2 dagen geleden
Everlast (USA)
1 week 3 dagen geleden
Cripple Black Phoenix (UK)
1 week 3 dagen geleden
Pale Waves (UK)
1 week 4 dagen geleden
Brant Bjork (USA)
1 week 4 dagen geleden
Circles (AUS)
2 weken 3 dagen geleden
Tantara
2 weken 4 dagen geleden
Pig Destroyer (USA)
2 weken 5 dagen geleden
KIN
Mogwai (UK)
2 weken 6 dagen geleden
Schollenpop (NL)
3 weken 4 dagen geleden
Dee Snider (USA)
4 weken 3 uur geleden
Foscor (ES)
4 weken 1 dag geleden
Man With A Mission (JPN)
4 weken 3 dagen geleden
Crawl (SWE)
4 weken 4 dagen geleden
Doro (DE)
4 weken 5 dagen geleden
Black Tusk (USA)
4 weken 6 dagen geleden
Misery Index (USA)/ Origin (USA)/ Broken Hope (USA)
5 weken 2 uur geleden
Deadly Alliance (NL)
5 weken 6 dagen geleden
Knut Reiersrud (NO)
5 weken 6 dagen geleden

In tijden dat België, en dan eigenlijk vooral hun hoofdstad, wordt geteisterd door terrorisme en ander onnodig gedrag, komt de trots van de Belgische death metal, Aborted, met hun visie erop. Tenminste, dat suggereert de titel. TerrorVision, de opvolger van Retrogore, verschijnt via Century Media.
Na de openingsouverture ‘Lasciate Ogne Speranza’ laat Aborted horen waarom zij al zolang de trots van België op dit gebied is. De band gooit er onder aanvoering van de immer imposante brulboei Sven de Caluwé flink de beuk in. ‘TerrorVision’, waarin Seth van SepticFlesh mee komt brullen, en ‘Deep Red’ getuigen hiervan. Rust is iets waar Aborted maar sporadisch behoefte heeft. Als dat gebeurt, zoals in ‘Exquisite Covinus Drama’, gaat dat gepaard met sterke melodieën. De langgerekte instrumentale passage met ijzersterke solo laat dat ook goed horen in dat nummer.
Terugkomend op de visie van Aborted op het gedoe rondom terrorisme, dat zal hooguit duidelijk worden als de lyrics bij de hand worden genomen. De keiharde death metal van Aborted geldt niet als de meest ideale muziek om mee te blèren. Dat is hun kracht. Snelle gitaren en drums, en bovenal brute vocalen die iedereen tot op het bot raken. De scream in ‘Altro Inferno’ laat dat goed horen, evenals dat die track de bassist ook de kans geeft om enkele secondes de spotlight vol naar zich toe te trekken.
Aborted is Aborted en dat zal altijd zo blijven. Deze band doet niet aan compromissen. De band kan goed gevonden worden of niet. Een middenweg is er niet. Wie TerrorVision hoort, zal alleen maar kunnen bekennen dat deze band na al die jaren nog steeds top is. Keihard en doeltreffend. 


Voorganger Domus Mysterium (2017) van het Deense Slaegt werd door mij destijds als interessante materie bestempeld.

Dit derde album The Wheel heeft wederom mijn aandacht getrokken. Als na een kort stukje noise bij openingsnummer Being Born (Is Going Blind) de band al blastend uit de startblokken knalt, weet ik dat het goed zit. De openingstrack ontpopt zich als een lekker afwisselend nummer met een prima balans tussen black- en heavymetal invloeden. Aan de ene kant klinkt men kil en agressief en aan de andere kant heb je zin om te headbangen en mee te brullen met de teksten. De productie is wat minder analoog dan op de vorige plaat, maar dat is deze ronde juist prima. De instrumenten liggen stuk voor stuk goed in de mix en nergens wordt het wollig of té klinisch. 

Eenmaal aangekomen bij Masician, neemt de band wat gas terug en worden we getrakteerd op een lekkere blackend heavymetaltrack die live gespeeld, een hoop haren zal doen laten wapperen. Ook de overige vijf tracks liggen prima in het gehoor en zijn kwalitatief sterk. Mooi om te horen dat de band met afsluiter The Wheel, in het beginstuk terug lijkt te grijpen naar het openingsgedeelte van de openingstrack. Hiermee heb je echt het gevoel dat de cirkel rond is. En waarempel; een wiel is ook rond! Als dat geen toeval is?!

Zonder gekheid. The Wheel is een puik blackend heavymetal album geworden. Hou je van een combi van Iron Maiden, Motörhead, Onheil en Vreid, dan snel uitchecken die hap.


Wie ooit in Italië is geweest, weet dat de omgeving in de driehoek Florence, Pisa en La Spezia ronduit prachtig is. Zowel qua kunstuitingen, architectuur als natuur schittert deze regio. Het is dan ook niet gek dat er nog steeds kunstenaars vandaan komen. Muziekkunstenaars in dit geval. Gevoed door het brein van Colombini Roberto Pugnale komt zijn project Silver P via Red Cat Records met de gelijknamige debuutplaat.
Op Silver P staan in het totaal negen tracks. Na opener ‘The Deep Breath Before The Plunge’ start het feest. ‘Fields Of War’ laat horen dat de heavy metal van dit gezelschap ongetwijfeld beïnvloed is door onder andere Iron Maiden, Dio en meer recenter Airbourne. De geniale gitaarsolo’s van het brein zelf in combinatie met de vocalen van Alex Jarusso zorgen ervoor dat men automatisch het spijkerjasje en idem broek gaat opzoeken en vervolgens de luchtgitaar in de hand neemt.
Dat het niet alleen vurige heavy metal is dat de klok slaat bij Silver P, blijkt in ‘Memories’. Deze track opent als ballade en gaat eerst een flinke poos op die tour door, om vervolgens wel op een geniale manier de brug naar de heavy metal te maken middels een imposant instrumentaal stuk. Op dat moment lijkt een band als Alter Bridge ook van invloed op Silver P. Deze afwisseling zowel tussen de nummers maar ook in de nummers zelf zorgt voor een aangename balans op Silver P.
Heavy metal uit een regio waar toch al zoveel mooie kunst vandaan komt, dat klinkt alleen maar goed. Silver P heeft met Silver P een verrassend sterke debuutplaat in handen waar menig gitarist ook zijn vingers likkend van zal genieten.


Hij bracht in 2016 zijn debuutalbum Live Forevermore uit. Inmiddels is hij twee jaar verder en vooral ook vele gebeurtenissen. Die hebben hem geholpen om een nieuwe plaat te realiseren. Via het Amsterdamse Dox Records komt deze Nederlandse veelzijdige muzikant met Traveling Man.
Op deze schijf heeft Maurice van Hoek in het totaal elf tracks geplaatst die de luisteraar een kleine veertig minuten laat reizen door het muzikale spectrum van hemzelf. Dat houdt in dat men een beetje het idee krijgt dat men in de Verenigde Staten beland is, op bezoek gaat in kleine dorpjes tussen uitgestrekte weides, om af en toe ook flink de zweep erop los te laten. In dat laatste kader past ‘Losing My Mind’. Hoewel het tussenstuk heel breekbaar klinkt, is het aanstekelijk tempo de kracht van de song. Daarbij moet ook worden aangehaald dat de stem van Maurice van Hoek passend is voor deze muziek, waardoor het geheel nog overtuigender overkomt. Het contrast met het rustige ‘Darlene’ is dan ook erg mooi.
Op Traveling Man laat Maurice van Hoek niet alleen horen dat hij pakkende liedjes in de Americana hoek kan maken, hij heeft duidelijk ook zicht op de inrichting hiervan. Wie naar de details in de sound gaat luisteren, zal mooie geplaatste noten op de piano, hammond en pedal steel tegen komen. Ook dit komt ten goede van de variatie op Traveling Man. ‘Traveling Man’ zet daarbij de toon en dat niveau wordt vastgehouden tot en met afsluiter ‘Hot And Burning Days’.
Het mooie van gebeurtenissen in het leven van een muzikant is dat deze gebeurtenissen vervolgens ook plezier kunnen geven aan talloze andere mensen, mensen die ver van deze gebeurtenissen stonden. Maurice van Hoek laat op Traveling Man de mensheid genieten van zijn gebeurtenissen.


Het collectief om Epica’s Mark Jansen onder de noemer MaYaN heeft in de loop der jaren meer vorm gekregen. Enerzijds door drukte van de leden, die allemaal hun sporen bij andere bands hebben verdiend, en anderzijds vanwege uitdagingen om begenadigde muzikanten hun kunnen in MaYaN toe te voegen. Na een uitgebreid schrijfwerk is men nu tot de opvolger van Antagonise uit 2014 gekomen. Dhyana komt net als zijn voorganger uit via Nuclear Blast.
De nieuwe plaat van MaYaN telt elf tracks en tien vaste muzikanten. Daarbij zijn de leden van het orkest en gastcelliste Elianne Anemaat nog niet opgenomen. Van die muzikanten zijn er drie verantwoordelijk voor de mannelijke vocalen, terwijl twee vrouwen ook hun vocale kunsten mogen vertonen. Hierdoor ontstaat een nog gelaagder spel als op de voorganger. Het uiterst rustige niemendalletje ‘Dhyana’ laat dat goed horen. Ondanks dat die track niet exemplarisch is waar MaYaN zich in het gros van de nummers op richt, laat het wel perfect het spel tussen de stemmen, hier van Marcela Bovio en Laura Macri, horen. Dat spel bij de mannelijke vocalen komt in ‘The Rhythm Of Freedom’,  welke de opener van Dhyana is, sterk naar voren. George Oosthoek, Mark Jansen en de immer fenomenale Henning Basse zetten zo de luisteraar in vuur en vlam. Tel daar ook bij op dat het nummer direct alles met zich meebrengt, en men snapt dat MaYaN direct vol gas gaat.
‘Tornado Of Thoughts – I Don’t Think Therefore I Am’, welke een mooie zinspeling op het gedachtegoed van René Descartes is, laat horen dat de basis van metal meer dan in orde is. De bombastische metal, waarbij naast de zware ritmes ook ruimte is voor de toetsen en het orkest, grijpt zelfs de progressieve metal aan om hoogstaande momenten te genereren, zonder dat het aan kracht verliest. Dat is iets wat ook in het alles omvattende ‘The Illusory Self’ terugkomt. Die track van meer dan negen minuten is misschien wel één van de meest indrukwekkende momenten op deze derde langspeler van MaYaN.
Wie niet in hokjes denkt, open staat voor zowel metal met mannelijke als vrouwelijke vocalen en een moment rust op zijn beurt niet schuwt en bovenal wie van groots componeerwerk houdt, zal Dhyana van MaYaN grijs gaan draaien. Het mag dan een groot collectief zijn, maar dan heb je ook een absolute dijk van een plaat. 


Therapy? is de Noord-Ierse band die voor veel mensen altijd verbonden zal zijn aan hun monsterhit ‘Diane’. Natuurlijk was dat een mooie track – en is het nog steeds – maar Therapy? laat al jaren horen zoveel meer te zijn als de band van die ballade. De rockers komen via het nieuwe Marshall Records met hun vijftiende studioplaat. De opvolger van Disquiet heet Cleave.
Dat de band bij een platenmaatschappij zit die voorkomt uit de producent van de welbekende gitaarversterkers zorgt er misschien ook voor dat Therapy? er vanaf de eerste tonen direct de beuk in gooit. Opener ‘Wreck It Like Beckett’ geeft iedereen de neiging tot springen, slopen en ongeremd het bier te laten vloeien. Dat het gezelschap daar in ‘Kakistocracy’ nog meer gas bovenop gooit, zal alleen maar met open armen worden ontvangen. Het sterk melodieuze ‘Callow’, waarin de invloeden van de punk(rock) op Therapy? ook nog een beetje te horen zijn, bruist eveneens van de energie. En dan zijn er nog maar drie tracks afgespeeld.
In het totaal staan er tien tracks op Cleave. Eerlijk is eerlijk, Therapy? heeft er overduidelijk zin in. Deze band zit niet opgescheept met het juk dat ‘Diane’ heet. ‘Expelled’ sluit eerder bij Foo Fighters en Green Day aan dan bij alles wat met rust te maken heeft. ‘Save Me From The Ordinary’ opent met bas alsof Cliff Burtons geest in de studio heeft rondgedwaald. Dat ronkende basgeluid is exemplarisch voor het rockgehalte van deze band. Geen gas terugnemen, juist gas erbij. ‘I Stand Alone’, niet te verwarren met de hit van Godsmack, bewijst dat Therapy? ook op een zware manier kan rocken. En dan is het fenomenale 'No Sunshine' waarmee de plaat afsluit, niet eens echt belicht!
Eigenlijk is het heel simpel: alles rockt aan Therapy?. De Noord-Ieren hebben met Cleave een plaat gemaakt die aan alle kanten het genre eert. Geen compromissen, geen gas terug, Therapy? op zijn best. Een voortreffelijk staaltje van een band in bloedvorm.


Wie van de gitaar houdt en in de hoek van de bluesrock aan zijn trekken komt, weet dat het één van de allergrootste van het moment in het genre is: Joe Bonamassa. De zeer begenadigd gitarist en songwriter heeft inmiddels zijn dertiende studioplaat klaar. Via Provogue/Mascot Label Group komt hij met Redemption.
Hoewel Redemption eigen de opvolger is van het in 2016 verschenen Blues Of Desperation, is het bij deze veelvraat niet zo dat hij daartussen niks meer heeft uitgebracht. Naast enkele livereleases waren er namelijk ook nog studioplaten met Black Country Communium, Rock Candy Funk Party en eerder dit jaar nog een fantastische schijf met Beth Hart. Toch heeft Joe Bonamassa ook tijd gehad om te werken aan deze nieuwe soloplaat. Dat dit geen vluggertje voor tussen is, blijkt direct al. Vanaf opener ‘Evil Mama’ is het duidelijk dat niet alleen de bluesrock op het hoogste niveau bespeeld wordt, maar ook dat de productie tot in de nopjes is verzorgd. Dat valt bijvoorbeeld goed op te merken aan de muzikanten om Joe Bonamassa heen. Elke noot lijkt zorgvuldig uitgedacht, perfect in de mix gelegd en dat alles zonder de echte ster in de weg te zitten. ‘Molly O’’ is daar een goed voorbeeld van. Joe Bonamassa schittert daar niet alleen als gitarist, zijn gave voor het schrijven van nummers zorgt ervoor dat de track nog lang na het horen in het hoofd zit.
Dat Joe Bonamassa naast de klassieke bluesrock ook andere invloeden en tempo’s in zijn muziek toelaat, zorgt ervoor dat Redemption heerlijk wegluistert. Titeltrack ‘Redemption’ heeft vleugjes country en in de verte zelfs hardrock in zich, terwijl ‘Self-Inflicted Blues’ laat horen dat de blues zelf ook uitstekend geschikt is voor een ballade. Dat Joe Bonamassa dat allemaal beheerst, is niet nieuw, maar dat wilt niet zeggen dat het niet noemenswaardig is. Dit is immers een van de kwaliteiten waarmee hij de concurrentie het nakijken geeft.
Redemption is niet de plaat die laat horen wat Joe Bonamassa allemaal in zijn mars heeft. Die platen heeft hij al lang geleden gemaakt en moge bij de eigentijdse homo sapiens toch bekend zijn. Joe Bonamassa onderstreept zijn eigen grootheid op deze plaat. Nog meer glans voor deze toch al glansrijke muzikant. Oren zijn hiervoor gemaakt, om dit te mogen horen. Puur genot!  


Het immer sympathieke Krisiun, levert met Scourge of the Enthroned haar elfde langspeler in bijna dertig jaar bandgeschiedenis af.

Krisiun brak halverwege de jaren negentig door met Black Force Domain. Het ultra snelle drumwerk van Max Kolesne was in die tijd een echte earcatcher en zorgde er mede voor dat Krisiun snel een grote schare fans buiten Brazilië wist op te bouwen. Niet alleen het drumwerk, maar zeker ook de herkenbaarheid in de tracks zorgde ervoor dat Black Force Domain als een kleine deathmetal klassieker gezien mag worden.

Nu zijn we dus tien albums verder en leveren de Brazilianen met dit nieuwste wapenfeit een lekkere oldschool deathmetal plaat af die weer bol staat van de blasts, maar die tegelijkertijd ook zeer fijne stuwende en opzwepende elementen kent. Tracks als Devouring Faith en het in eerste instantie militante klinkende Slay the Prophet zijn hier goede voorbeelden van. A Thousand Graves is daarentegen enkel furieus te noemen en knalt als een wervelwind uit de speakers. Over wervelwinden gesproken; het laatste nummer van de plaat is genaamd Whirlwind of Immortality, en doet haar naam zeker eer aan.

Omdat deze plaat (weer) bij Andy Classen is opgenomen, zit het met de productie wel snor. Het album klinkt moddervet en transparant, hetgeen de overall kwaliteit alleen maar ten goede komt.

De conclusie mag zijn dat Krisiun met Scourge of the Enthroned een zeer prettige oldschool en meestal snelle deathmetalplaat heeft afgeleverd, die zowel fans van het eerste uur als nieuwkomers zeker kan bekoren.


Ik kan me nog herinneren dat ik als puber van een jaar of 15/ 16 in aanraking kwam met Deicide. Het is 1995 en Once Upon The Cross verschijnt. Het expliciete hoesontwerp zorgt in verschillende landen voor de nodige controverse. Reden temeer om bij de lokale platenboer in de schappen naar het album te zoeken en zonder te luisteren de plaat blindelings aan te schaffen. Eenmaal thuis aangekomen, verdwijnt de cd direct in de cd-speler. Damn, wat is dit een lekkere plaat. De nummers komen dezelfde dag zeker een keer of tien voorbij. De deathmetal van Deicide is aan de ene kant extreem, aan de andere kant kent het album nummers die zelfs na vijfentwintig jaar nog steeds uit het hoofd meegebruld kunnen worden. Dat zegt iets over de kwaliteit. Zo wel op cd als live overigens, want in datzelfde jaar sta ik met mijn kameraad in De Effenaar naar Konkhra, Suffocation en Deicide te kijken.

Wat waren dat mooie tijden zeg. Het zal niemand daarom verbazen dat in 1997, Serpents of the Light ook blind werd aangeschaft. Doch, dit album had niet de impact van een Once Upon The Cross. De interesse in Deicide was er nog wel, maar aangezien de blackmetal op haar hoogte punt was, waren het vooral bands in dit genre die de cdspeler zagen. Ook de opmars van de technische deathmetal in de early zero’s, zorgde ervoor dat de meer traditionele deathmetal – waar Deicide onder valt- op een tweede spoor kwam. Dat nam niet weg dat de band door bleef gaan met het produceren van albums en trouw bleef aan haar muzikale roots. De een vond dit laatste prima, een ander vond dat eentonigheid op de loer lag. Persoonlijk val ik onder deze laatste categorie, want ook al heb ik een zwak voor Deicide, de albums na Serpents of the Light gingen bij mij het ene oor in en het andere weer uit.

Dit lange intro is de opmaat tot mijn oordeel over Overtures of Blasphemy, de band’s twaalfde langspeler in een carrière die meer dan dertig jaar bedraagt. Omdat de laatste albums niet tot de uitschieters behoorden, ging ik de luistersessie zonder verwachtingen in.

Het artwork is in ieder geval ouderwets ranzig te noemen. De roodtinten voeren de boventoon, hetgeen het album een vervaarlijk uiterlijk geeft. Als dit de voorbode is voor wat komen gaat, dan zouden we op dit nieuwste wapenfeit wel eens een aantal lekkere, vuige, en vooral harde tracks kunnen gaan vinden. Wellicht dat nieuwkomer Mark English (Monstrosity) -de vervanger van Jack Owen- hier wel voor heeft kunnen zorgen.

Openingstrack One With Satan start voor Deicide begrippen nogal langzaam. Hierna ontpopt het nummer zich als een typisch Deicide nummer, maar zodra de solo’s van stal gehaald worden, lijkt het wel alsof ik naar een Zweedse deathmetalband zit te luisteren. Als na 3.48 minuten het nummer klaar is, knalt meteen Crawled From The Shadows uit de speakers. Een snel, haast blackmetal-achtig nummer dat met uitzondering van de vocalen van Benton, weinig met Deicide van doen heeft. Over Benton gesproken; hij brult en schreeuwt nog altijd als een bezetene en zijn vocalen klinken ouderwets ‘zuiver’ voor zover je dat zo kunt stellen. En dat is toch een prettig gegeven. Terug naar de cd. Seal The Tomb Below is ook een nummer dat niet meteen een logische Deicide track is. Het nummer is dusdanig thrashy va karakter dat  de term ‘Slayeriaans’ wel van stal mag worden gehaald.

Afhankelijk van hoe je de review tot nu toe leest, zou je kunnen denken dat ik verrast bent door Overtures…of juist niet. Het antwoord is dat ik niet verrast ben. De eerste vijf tracks zijn goed te pruimen, maar als halverwege de plaat Excommunicated letterlijk binnen drie minuten voorbij is gezoefd, treedt het verval in. Verval is misschien een te groot woord, want de zes tracks die na dit nummer komen (de cd telt in totaal twaalf tracks) zijn kwalitatief wel goed, maar blijven niet echt hangen zoals de eerste zes nummers. En dat maakt dat ook Overtures of Blasphemy weer een ‘typische’ Deicide plaat is geworden. Typisch in de zin van dat de band ondanks een degelijke kwaliteit, er niet in is geslaagd een memorabele plaat af te leveren. Net zoals zijn zeven voorgangers dus.


Het klinkt misschien niet zo, maar Albert Marshall is een uit het Italiaanse Padova afkomstige gitarist in de lijn van Joe Satriani en Steve Vai. Zijn spel heeft hem op veel plaatsen gebracht, maar een soloplaat was er nog niet. Tot nu. Via Red Cat Records komt Albert Marshall met zijn debuutplaat: Speakeasy.
Op deze eerste langspeler als soloartiest heeft Albert Marshall in het totaal acht tracks geplaatst. Samen duren die iets meer dan een half uur. Het grootste deel is instrumentaal. Toch zijn er ook tracks met zang. In ‘Fallen Angel’ en ‘Tristam Fireland’ zingt Mark Boals, die ook gekend kan worden van onder andere zijn werk voor Yngwie Malmsteen. Dat is leuk voor de afwisseling op de plaat, maar de echte koning is toch Albert Marshall zelf. Hij heeft de nummers zo geschreven dat zijn gitaarspel perfect uit de verf komt.
Dat Albert Marshall een zeer begenadigd gitarist is, blijkt aan alle kanten. Hij beheerst vele verschillende technieken waardoor ‘Butler’s Revenge’ totaal anders klinkt als ‘Badlands’. Overigens blijkt in dat eerst genoemde nummer dat bassist Simon Dredo ook een kunstenaar op de lage tonen is. Toch staan die vaardigheden in de schaduw bij de onemanshow van Albert Marshall.
Om mensen te boeien met louter een gitaar in de handen, moet je van hele goede huizen komen. Albert Marshall komt daarvan. Speakeasy is een heerlijke plaat die de electrische gitaar eert zoals de electrische gitaar geëerd hoort te worden: met vurig, hoogstaand gitaarspel!


De Belgische metalband Chalice geldt als een act die zich laat beïnvloeden door zowel de thrash als de death metal. Onlangs kwam dat gezelschap met hun tweede langspeler uit hun carrière, iets wat opvallend is gezien de band al in 1998 zijn oorsprong vond. Ashes Of Hope is uitgebracht in eigen beheer.
Om de muziek van Chalice het beste te omschrijven zal ‘Eternal Sleep’ aangehaald moeten worden. De thrash en death metal zijn duidelijk van invloed, terwijl sommige passages sterk naar Gojira neigen. Tel daarbij op dat de schelle vocalen in de bridge ook nog aansluiting zouden kunnen vinden bij de post-hardcore, en men snapt dat Chalice geen standaard metal in het vat giet. Dat is ook het lekkere van Ashes of Hope. De afwisseling doet hem goed. ‘Musings On The Bank’ heeft een vleugje Dimmu Borgir, maar dan zonder toetsen, in zich, waar opener ‘Amongst The Damned’ juist meer recht toe recht aan is.
In het totaal staan er op Ashes Of Hope acht nummer. Wederom een keuze van deze Belgen die goed uitpakt. Geen intro’s, geen onnodig geneuzel, geen fillers. Daarbij moet ook nog worden aangehaald dat de sound van de plaat ook zeer aardig is. Misschien hadden de hoge gitaren iets nadrukkelijker in de mix kunnen liggen, maar dat kan ook smaak zijn. De zware stukken, zoals in ‘My Daily Odium’, welke op zijn beurt ook een geweldige versnelling in petto heeft voor de luisteraar, trekken op deze manier wel de volle aandacht. In combinatie met de diepe grunt creëert Chalice zo wel een donkere sfeer, wat de muziek ook weer kracht bij zet.
Dat België veel metalband herbergt, zorgt ervoor dat het voor een act niet altijd makkelijk is zich in de kijker te spelen. Met Ashes Of Hope heeft Chalice in dat kader een goede troef in handen om zich de spotlight toe te eigenen.


De naam House Of Pain doet bij iedereen wel een belletje rinkelen. Voor wie dat niet geldt, die moet maar in het rond gaan springen. De leden van House Of Pain zijn echter al jaren op hun eigen manier bezig. De frontman Everlast doet dat niet zonder succes solo. Onlangs kwam hij met Whitey Ford’s House Of Pain, welke verschenen is via Lngbranch Records/SPV.
Op deze schijf heeft Everlast vijftien tracks geplaatst. Drie daarvan zijn interludes. Het slimme wat hij hiermee heeft gedaan, is dat deze gewoon de titel hebben van de daarop volgende track. Zo kunnen de interludes mooi als intro beschouwd worden, zoals bij ‘The Climb (interlude)’ en ‘The Climb’ bijvoorbeeld het geval is. Qua sound komen daar ook elementen in voor die nog wel een knipoog geven naar House Of Pain. Dat zit hem meer in de samples. Ook het smooth geplaatste tempo sluit daar bij aan, net als verrassende breaks.
Eén van de meest in het oog springende tracks op Whitey Ford’s House Of Pain is toch wel ‘Slow Your Roll’. Dat is niet vanwege de titel, maar vooral door wat er achter staat. Niemand minder dan Aloe Blacc doet hier ook een duit in het zakje. Dat zorgt voor een mooie samenwerking waarbij het spel tussen de twee vocalisten op een aantrekkelijke wijze in het vat is gegoten. Overigens is Aloe Blacc niet de enige gastmuzikant op deze plaat. In ‘Oooohh (I Don’t Neeed You)’ wordt Everlast bijgestaan door Slug.
Dat Everlast nog steeds lekker bezig is, is te horen op Whitey Ford’s House Of Pain. De plaat kan doorgaan als een smooth vervolg op waar de meeste mensen Everlast toch mee zullen associëren. Handen omhoog en gaan.


Ondanks wat de naam misschien doet vermoeden is Crippled Black Phoenix de uitlaatklep voor Electric Wizard-drummer Justin Greaves om de donkere door stoner en prog beïnvloede rock te uiten. De toch al rijkelijk gevulde catalogus van deze band krijgt er in The Great Escape weer een nieuwe aanvulling bij. Deze langspeler zal verschijnen via Season Of Mist.
Dit nieuwe epos start met ‘You Brought It On Upon Yourselves’. Deze paar minute durende intro schept direct de sfeer die men kan verwachten bij deze band. In dat kader een prima inleiding op het bijna tien minuten durende ‘To You I Give’. Op een bijna hallicunerende manier betoverd Crippled Black Phoenix de luisteraar, alsof Baroness, Opeth, Mogwai en Pink Floyd samen zijn gekomen om tot grootse hoogtes te stijgen. In ‘Times, They Are A’Raging’, wat een knipoog naar Bob Dylan lijkt, doet Crippled Black Phoenix ook nog sterk aan A Perfect Circle in diens huidige gedaante denken.
Het magnum opus van deze release is toch het naamgevende tweeluik aan het eind van de schijf. ‘The Great Escape (ptI & ptII)’ genereren samen voor meer dan twintig minuten aan muziek. Van kerkelijke sferen, gevoelig geplaatste noten tot aan meeslepende sferische rock, het omvat alles wat men van Crippled Black Phoenix mag verwachten. Dat het daarbij ook nog in het geheel een sterke song is, is dan ook de kers op de taart. De invloed van de progressieve rock wordt hier niet onder stoelen of banken gestoken, het wordt trots omhoog gehouden.
Crippled Black Phoenix staat al jaren garant voor betoverende, verrassende platen. The Great Escape is in dat opzicht niet anders. Justin Greaves en zijn ensemble heeft een geweldige release weten te realiseren. Net als dat de verschillende stijlen op de plaat samenkomen, zullen hier ook verschillende muziekliefhebbers op samen gaan komen.


Ze hadden nog geen album uit, maar al menig tong was in de ban van dit gezelschap uit Manchester. De voortekenen zijn daarom goed, maar tevens ook hooggespannen. De debuutplaat, My Mind Makes Noises, komt uit via Dirty Hit/Interscope en moet die verwachtingen waar gaan maken.
Om de indierockband Pale Waves goed in gedachte te kunnen nemen, dient men The Cure, Lady Gaga, Avril Lavigne, David Bowie, The Cranberries en Prince door een blender te halen. Dat resultaat zou zomaar Pale Waves kunnen heten, al ligt dat ook aan de hoeveelheden van de ingrediënten. Dat het resultaat verrassend is, kan zeker gesteld worden. Prettig verrassend. De liedjes over liefde, geheime relaties en andere gevoelens hebben soms iets duisters en dromerigs van The Cure, terwijl men in ‘Loveless Girl’ zomaar ook een beetje van Lady Gaga gesnoept kan hebben.
In het totaal staan er op My Mind Makes Noises veertien tracks. ‘One More Time’ is met zijn twee minuten en veertig secondes de kortste, terwijl het mysterieuze, prachtig opgebouwde ‘She’, waarin de teksten een openbaring geven over de wijze van liefhebben van de zangeres, met net iets meer dan vier minuten de langste van de schijf is. Dat betekent dat elke track de potentie heeft om een radiovriendelijke hit te worden. Dat is ook een kracht van Pale Waves. De tracks zijn niet te lang, zijn duidelijk qua opbouw en zijn toch erg onderscheidend van elkaar. Hierdoor is het album heerlijk om te luisteren.
Pale Waves zorgt met de debuutplaat My Mind Makes Noises dat er alleen maar meer tongen over deze band uit Manchester zullen gaan praten. De verwachtingen worden volledig waargemaakt. Een heerlijk fris en tikkeltje mysterieuze plaat!


Dat Brant Bjork, de voormalige muzikant in Kyuss, altijd met muziek bezig is, blijkt uit het aantal solo-albums. Zijn dertiende plaat van eigen hand is namelijk aanstaande. Via Heavy Psych Sound komt het icoon met Mankind Woman, een innige samenwerking met zijn maatje Bubba Dupree.
De elf nummers op Mankind Woman zijn opgenomen in een speciale setting in het huis van de vrouw van Brant Bjork. Daar is flink gewerkt aan zowel de muziek als de sound. Met speciaal gemaakte apparatuur zorgt Brant Bjork dat Mankind Woman nog meer zijn plaat is dan voorheen. De sound heeft deels iets weg van de geijkte sound van de desert rock, terwijl ook Led Zeppelin en de classic rock erin door lijken te sijpelen. Opener ‘Chocolatize’ laat dat alles goed horen, terwijl de eerste strums op de gitaar in ‘Charlie Gin’ dit ook onderstrepen. Wie daar Jimi Hendrix in wilt horen, krijgt daar ook alle gelegenheid voor.
Het gitaarspel op Mankind Woman vindt in het smooth klinkende ‘Mankind Woman’ zijn hoogtepunt. Als men had gesteld dat hier Lenny Kravitz met Kyuss en John Paul Jones zat te jammen, had men gewoon geloofd geweest. Het aanstekelijke ‘1968’ laat daarentegen horen dat Brant Bjork ook heerlijk met tempowisselingen kan spelen. Hier wordt ook het eigentijdse klassieke geluid mooi in onderstreept. Als Jimi Hendrix nog had geleefd, had hij misschien nu ook wel zo geklonken.
Dat Brant Bjork een muzikale held is, is alom bekend. Het icoon blijft daarbij telkens verbazen. Bij hem gaat het, ondanks de hoge productiviteit, altijd om kwaliteit. Mankind Woman kan iedereen die ook maar een beetje van rock houdt, blind aanschaffen.

Adreswijziging

Let op: het adres van de redactie is veranderd. Check hiervoor 'contact', onderaan deze site. 

Like us on Facebook

Wij zoeken jou!

Wij zijn op zoek naar enthousiaste muziekliefhebbers om ons team te versterken. Mail ons voor verdere informatie.

  • Sign in with Twitter

Zoek

Doorzoek White Room Reviews advanced